"Ik mis het geluid van de boor"

De laatste jaren zijn naar schatting zo’n twintig tandartsen uit Irak en Syrië als vluchteling in ons land terecht gekomen. Ze willen hier dolgraag weer als tandarts aan de slag, maar moeten dan eerst een assessmentprocedure volgen. Nederlandse tandartsen kunnen helpen in het voortraject.

“Mijn verhaal is hetzelfde als dat van veel andere vluchtelingen”. Begin 2014
vluchtte de in Syrië opgeleide kaakchirurg Anas Al Ahmad (32) voor het geweld in zijn vaderland naar Nederland. Kort voor zijn vlucht was zijn praktijk verwoest door een raket van het regeringsleger en werd zijn huis in brand gestoken door the Free Syrian Army, een andere strijdende partij. Ook al omdat zijn broer, die arts is, werd opgepakt en gevangengezet, besloot Al Ahmad te vluchten. In Nederland kreeg hij de vluchtelingenstatus. Sinds een half jaar woont hij met vrouw en dochter in Nijmegen. Zijn grootste wens: in Nederland een nieuwe start maken als tandarts of kaakchirurg. Het COA verwees hem naar de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF (UAF), die hem begeleidt en financiële ondersteuning biedt om de nodige stappen te zetten om weer als tandarts aan de slag te kunnen. Dat is een langdurig proces, dat begint met het leren van de Nederlandse taal. Al Ahmad is daar inmiddels mee gestart. Als voorbereiding op de volgende stappen zoekt hij nu een meeloopstage in de mondzorg: “Ik houd veel van mijn beroep en mis het geluid van de tandartsboor.”

Kennishiaat
Hoeveel vluchtelingen in Nederland in hun land van herkomst als tandarts hebben gewerkt, is nergens geregistreerd. Wel is bekend dat het UAF in de afgelopen
tien jaar 27 gevluchte tandartsen heeft begeleid om in Nederland hun vak weer te kunnen uitoefenen. Van hen kwamen er zeventien uit Irak en zeven uit Syrië.
Een tandarts die van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) of vanuit Zwitserland in Nederland in het BIG-register wil worden ingeschreven, moet sinds 2006 een assessmentprocedure volgen. Daarin moet hij aantonen over dezelfde kennis en vaardigheden te beschikken als een in Nederland opgeleide tandarts. Het assessment bestaat uit twee onderdelen. Allereerst moet een Algemene Kennis en Vaardighedentoets
(AKV-toets) worden afgelegd. Deze toetst onder meer de beheersing van de Nederlandse en Engelse taal, medische terminologie en kennis van de Nederlandse gezondheidszorg. Wie voor de AKV-toets slaagt, wordt toegelaten tot de Beroepsinhoudelijke toets (BI-toets). Deze toets, die een aantal maal per jaar aan ACTA wordt afgenomen, kan tot drie verschillende uitslagen leiden:
- De kandidaat haalt het assessment niet. In dat geval moet hij de volledige studie tandheelkunde in Nederland volgen om tandarts te kunnen worden.
- De kandidaat heeft een met een Nederlandse tandarts vergelijkbaar niveau. Hij kan zich dan als tandarts in het BIG-register laten inschrijven. - De kandidaat heeft een kennishiaat die met een aanvullende studie van maximaal twee jaar kan worden weggewerkt. Hij krijgt dan een aangepast lesprogramma aan ACTA aangeboden. Van de 27 gevluchte tandartsen die de afgelopen tien jaar door het UAF zijn begeleid, hebben er inmiddels acht de  procedure succesvol doorlopen en zijn er drie gezakt. Eén moest een aanvullende studie volgen. De overige vijftien zijn nog bezig met de procedure.

Eerlijk
Volgens Hans Prakken, die namens de KNMT zitting heeft in de Commissie Buitenslands Gediplomeerden (CBGV) van het Ministerie van VWS, slaagt een aanzienlijk deel van de vluchtelingen voor het assessment. Er zijn er maar weinig die een aanvullende studie moeten volgen. Volgens Prakken biedt het assessment iemand een eerlijke kans om te laten zien wat zijn niveau
is. Op de vraag of de KNMT ook een taak ziet in het ondersteunen van gevluchte tandartsen, laat hij weten dat dit buiten het domein van de beroepsorganisatie valt,
omdat het om mensen gaat die volgens de Nederlandse wet geen tandarts zijn en daarom geen lid kunnen worden van de KNMT. Het assessment stamt overigens uit 2007. Daarvoor
werd het curriculum van de opleiding tandheelkunde uit het land van herkomst door de CBGV samen met het Nuffic – de Nederlandse organisatie voor internationalisering
in het hoger onderwijs – getoetst aan het curriculum in Nederland. Dit was vaak lastig en moest gedaan worden aan de hand van dossiers. Dat de huidige assessmentprocedure ook niet perfect is, blijkt uit een evaluatie in opdracht van minister Edith Schippers. Daaruit kwam onder meer naar voren dat de hele procedure met 27 maanden te lang duurt, met name door lange wachttijden voor de toetsen. Volgens de minister zou het assessment in zeven maanden afgerond moeten kunnen zijn. Ook blijkt dat de deelnemers de kosten voor het hele assessment – zo’n 2.300,- euro – te hoog vinden. Schippers zegt dit bedrag echter billijk en redelijk te vinden. Verder laat ze in het evaluatierapport weten dat de persoonlijke ondersteuning van de gevluchte artsen geen primaire taak is van de overheid,
maar thuishoort bij studieadviseurs van Universitair Medisch Centra, de Vereniging van Buitenlands Gediplomeerde Artsen (VBGA) en het UAF. Maar deze organisaties hebben hier onvoldoende financiële middelen voor, aldus het UAF, dat naast subsidie afhankelijk is van donaties. Volgens de stichting moet de minister meer doen om hen te ondersteunen.

Terminologie
Toch zouden tandartsen wel degelijk een rol van betekenis kunnen spelen voor gevluchte collega’s, zegt Petra Veltman, woordvoerder van de UAF. Om te helpen zouden Nederlandse tandartsen vluchtelingen een meeloopstage in hun praktijk kunnen aanbieden. Zo maken ze kennis met de gang van zaken in de Nederlandse tandheelkunde, raken ze bekend met de tandheelkundige terminologie en zien ze hoe een tandarts in
Nederland communiceert met patiënten en personeel. Volgens Veltman kun je er bijvoorbeeld aan denken om iemand over een periode van drie maanden maximaal
twintig dagen te laten meekijken – en nadrukkelijk geen handelingen te laten verrichten. Bijna alle gevluchte tandartsen hebben een verblijfsvergunning in ons land en mogen zo’n stage lopen. Prakken wijst het idee echter af omdat een vluchteling soms ver af staat van wat onze BIG-wetgeving als tandarts beschouwt. Hij vindt begeleiding en stage pas
aan de orde als iemand het assessment heeft gehaald. Het UAF is het daar – op basis van ervaringen – niet mee eens: ze denkt dat het slagingspercentage voor het assessment stijgt als een vluchteling zich onder begeleiding heeft kunnen voorbereiden.

Nederlandse taal verplicht?
Tandartsen die van buiten de EER of uit Zwitserland komen, moeten eerst de Nederlandse taal beheersen alvorens ze aan de assessmentprocedure kunnen deelnemen om weer als tandarts aan de slag te kunnen. Voor tandartsen die zich vanuit EU-landen in Nederland vestigen, is het niet verplicht om Nederlands te leren. De KNMT heeft er recentelijk bij de Tweede Kamer voor gepleit dat ook deze tandartsen een taaltoets zouden moeten afleggen voordat ze als tandarts kunnen gaan werken.

“Ik ervaar frustratie”
Hani Beshai (46) was in 1993 net als tandarts afgestudeerd aan de universiteit van Caïro toen hij zijn vaderland Egypte moest verlaten vanwege verboden activiteiten voor de orthodox Koptische kerk.In Nederland werd hij erkend als vluchteling. Beshai wilde weer als tandarts gaan werken en liet zijn diploma beoordelen door het Nuffic. Er was toen nog geen assessmentprocedure voor gevluchte tandartsen. Het Nuffic oordeelde dat hij nog twee jaar een aanvullende studie tandheelkunde moest doen. Hij meldde zich bij ACTA, maar kreeg daar te horen dat hij de hele studie tandheelkunde opnieuw moest volgen. De juridische strijd die volgde veranderde deze beslissing van ACTA niet. Beshai besloot daarop de studie mondhygiëne in Utrecht te gaan volgen en ging, na deze te hebben afgerond, als mondhygiënist bij een tandartspraktijk in Amersfoort werken. In 2008 begon hij een eigen mondzorgpraktijk in Gouda, waarin hij ook een tandarts aanstelde. Deze praktijk draait echter nog niet naar tevredenheid. Beshai voelt een ‘collegiale’ afstand tot de tandartsen in zijn buurt die weinig patiënten naar hem verwijzen. “Terwijl ik alleen maar gewaardeerd wil worden voor mijn werk.” Dat ervaart hij als frustrerend, zeker als hij om zich heen ziet dat tandartsen uit EU-landen zomaar als tandarts in Nederland aan de slag kunnen zonder dat ze de Nederlandse taal beheersen.

“Je moet een handje krijgen”
Dina Abdul Qader (37) vluchtte in 2005 vanuit Irak naar Jordanië omdat het te gevaarlijk werd in het gebied nabij Bagdad waar ze woonde en als tandarts op de universiteit werkte. Ze kreeg via de Verenigde Naties de mogelijkheid om als vluchteling naar Nederland te gaan, waar ze eind 2007 aankwam. Ze had gedacht in Nederland makkelijk aan de slag te kunnen vanwege een tandartsentekort, maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger. Ze meldde zich bij het UAF, waar nog maar weinig bekend was over de assessmentprocedure voor tandartsen. Ook sprak ze nog geen Nederlands. Toen ze via via de kans kreeg om als tandartsassistent te gaan werken, besloot ze dat te gaan doen. Nadat ze hoorde van de assessmentprocedure
voor tandartsen besloot ze zich daarvoor aan te melden. In 2011 legde ze het assessment met goed gevolg af waardoor ze een voorlopige BIG-registratie van drie maanden kreeg. In die periode moest ze onder supervisie werken. Het was moeilijk om werk te vinden, veel praktijken waar ze solliciteerde waren terughoudend, bang dat de supervisie te veel tijd zou kosten. Pas na een half jaar vond Qader werk in Utrecht. Daar werkt ze – nu met een volledige BIG-registratie – nog steeds drie dagen per week. Terugkijkend heeft het allemaal veel langer geduurd dan ze had verwacht. Het was wellicht makkelijker geweest als ze al eerder stage had kunnen lopen bij een tandarts. “Je moet een handje krijgen. Het zou mooi zijn als de KNMT – ik ben lid – hier ook aandacht voor heeft.”

Tekst: Karel Gosselink

De in 1948 opgerichte Stichting voor VluchtelingStudenten UAF helpt hoger opgeleide vluchtelingen – waaronder artsen en tandartsen – bij hun studie en het vinden van een baan op niveau. Het werk van het UAF is onder meer afhankelijk van donaties.
Meer informatie: www.uaf.nl

 

NT-number: 
8
NT-year: 
2015